Nieuws

Zorg en aandacht tijdens en na het werpen loont

Bigvitaliteit, een thema dat sinds een paar maanden het middelpunt vormt van een maatschappelijke discussie. Niet langer wordt er alleen binnen de sector over dit thema gesproken. Het roept nu ook in de maatschappij vragen op. De naar buiten gebrachte cijfers over biggensterfte creëerde een wervelwind van opinies. Er zijn echter veel factoren die meespelen bij sterfte van biggen.

Genetische vooruitgang en kwalitatief goed voer hebben er onder meer voor gezorgd dat het aantal biggen per toom is toegenomen. In relatief korte tijd werden grote tomen de standaard. Deze grote tomen leggen een uitdaging neer bij het kraamstalmanagement. Extra zorg en aandacht tijdens en na het werpen kunnen bijdragen aan het terugdringen van de uitvalpercentages. De 3 R’s: Rust, Reinheid en Regelmaat zijn daarbij belangrijke pijlers.

Het geboorteproces is voor de zeug en haar biggen een stressvolle aangelegenheid. Het creëren van rust in het kraamhok tijdens en na het werpen is belangrijk. Alleen dan voelt de zeug zich eerder op haar gemak, gaat het werpproces vlotter en komt haar biestproductie op gang. Haar biggen kunnen dan in een rustige omgeving naar de uier toe gaan, zodat ze colostrum tot zich kunnen nemen. Voor de laatst geboren biggen kan het geboorteproces een ware uitputtingsslag zijn. Voor hen heeft de geboorte het langst geduurd en is veel energie verloren gegaan. Een zetje richting de uier kan dan het verschil maken.

Ook een schoon kraamhok helpt biggen bij een vitale start. Bij geboorte beschikken biggen over een beperkte hoeveelheid aan antistoffen. Via het colostrum geeft de zeug de benodigde antistoffen door aan haar biggen. Deze krijgen zo een boost bij het opbouwen van de weerstand. In een schoon en hygiënisch kraamhok is de blootstelling aan ziektekiemen vanaf het moment van geboorte lager. Het voorkomen van insleep en het dagelijks uithalen van de mest helpt om de infectiedruk te verlagen.

Door de situatie in de kraamstal regelmatig te monitoren kan er sneller en correct worden ingegrepen. Minder vitale biggen bevinden zich vaak achter de zeug en/of halen onregelmatig adem. Zij zijn niet in staat om colostrum te drinken. Hun lichaamstemperatuur daalt daardoor snel. Toch kunnen deze minder vitale biggen ondersteund worden. Door ze bijvoorbeeld apart te laten drinken of aan een speen te leggen.
Tijdens de regelmatige rondes moet de zeug niet vergeten worden. In de lactatieperiode zal de zeug veel water drinken. Dit bevordert haar melkproductie. Tijdens de rondes kan gemonitord worden of de zeug voldoende water drinkt en geen pijn ondervindt. Pijn verstoort namelijk de biestopname. Welke een negatief effect heeft op de vitaliteit van haar biggen.