Nieuws

Salmonella-infectie: aanpakken door consequente biosecurity en organisch zuur

Ruim een jaar geleden lanceerde Daavision het Plan van Aanpak Salmonella. Een heldere aanpak waarmee varkenshouders Salmonella de baas blijven. Diverse varkenshouders in zowel Nederland als daarbuiten zetten het Plan van Aanpak inmiddels in. Innovatiemanager Willem Ederveen geeft zijn visie over de aanpak.

“Het onderkennen dat salmonellose een multifactoriële aandoening is, dat is stap één”, aldus Willem Ederveen. “Vaak bevinden zich tussen de nieuwe aanvoer al met Salmonella besmette dieren. Deze dragers kunnen via de mest salmonellabacteriën uitscheiden. De mest vormt een besmettingshaard voor andere varkens in de groep. Hoe ernstig het varken geïnfecteerd raakt is afhankelijk van zijn weerstand”, legt Ederveen uit. 

Veel varkenshouders zien het belang van het verbeteren van de salmonellastatus op hun bedrijf in. Ze verkleinen daarmee het risico op mogelijke sancties. De Duitse slachterij Westfleisch kondigde eerder al een beloningssysteem aan voor varkensbedrijven in categorie I. Deze ontvangen een beloning van 40 cent per varken als ze varkens afleveren in de beste categorie. “Het constateren van een salmonella-infectie is niet altijd gemakkelijk. Salmonellose is vaak niet met het blote oog waarneembaar. Toch zijn er situaties waarin een drager meer salmonellabacteriën uitscheidt dan normaal. Bijvoorbeeld tijdens het transport en het betreden van een nieuwe stal. Klinische verschijnselen zoals lusteloosheid, koorts, diarree en een verhoogde uitval kunnen wijzen op een salmonella-infectie”, aldus de innovatiemanager.

“Salmonellose is een multifactoriële aandoening”

 

“Voordat we starten met het Plan van Aanpak brengen we samen met de dierenarts de situatie op het bedrijf in kaart. De looproutes, het bezoekersprotocol, het reinigings- en ontsmettingsplan, mestverwijdering en de hygiëne van het drinkwater zijn onderdelen die we onder andere onder de loep nemen”, benadrukt Ederveen. “Biosecurity is een belangrijke schakel bij het terugdringen van de salmonellastatus. Door het nemen van 12 bloedmonsters en 1 gepoold mestmonsters per groep stellen we de beginsituatie vast. De bloedmonsters geven ons een goed beeld over de infectiedruk op het bedrijf. Pas als alles in kaart is gebracht, de leidingen zijn gereinigd en indien nodig aanpassingen zijn aangebracht starten we met het inzetten van Daaquasafe”, vervolgt hij.

“Tien tot twaalf weken na de start van het Plan van Aanpak, nemen we opnieuw bloedmonsters en evalueren we de titers. Zijn deze voldoende verlaagd, dan gaan we over naar de volgende fase. Is dit niet het geval, dan gaan we samen met de dierenarts op zoek naar een mogelijke oorzaak. We herhalen dan de eerste fase en nemen opnieuw bloedmonsters. Zo kunnen we gericht de salmonella-infectie aanpakken.” In de praktijk ziet Ederveen regelmatig dat de aanbevolen dosering niet juist gehanteerd wordt. De infectiedruk neemt dan onvoldoende af. Bij vleesvarkens zijn er vaak minimaal 2 rondes nodig om de titers te verlagen. Goede resultaten neemt hij waar bij varkensbedrijven die consequent aandacht besteden aan biosecurity en continu voldoende zuur inzetten.

“Bij deze bedrijven zien we dat de titers dalen en op den duur constant blijven. De scores van de laatste drie trimesters verbeteren en de bedrijven verschuiven van categorie III, de meest ongunstige categorie, naar categorie II. Wij zien dat de deelnemende bedrijven ook na deze verschuiving Daaquasafe blijven inzetten. Velen streven er naar uiteindelijk in categorie I uit te komen, niet zonder succes. Natuurlijk blijft het risico op infectie aanwezig zodra nieuwe varkens, die wellicht drager zijn, aangevoerd worden”, besluit Ederveen.